Niet alles met maximale (in)spanning
- 11 mei
- 1 minuten om te lezen
Afgelopen weekend ging ik samen met mijn zoon Seppe een rondje skeeleren in het park.
Terwijl we lekker in het zonnetje in beweging waren, viel me iets op.
Ik zag hoe hij zijn schouders optrok, zijn vuisten balde en zijn lippen op elkaar perste.
En direct herkende ik daar iets van mezelf in.
Alles vanuit 100%.
✨ Schouders eronder en gaan
✨ Alles zo goed mogelijk doen
✨ Zo snel mogelijk de brug op fietsen met gespannen kaken
✨ Rennend “even” een wandeling maken tussen alles door
Prima als je een keer haast hebt.
Maar niet als je systeem eigenlijk nooit meer écht ontspant.
Deze vorm van overactiviteit zie ik vaak terug bij een zenuwstelsel dat continu “aan” staat.
Een zenuwstelsel dat zich (vaak onbewust) voortdurend voorbereidt op actie:
vechten, vluchten, doorgaan.
En daarvoor spant het alvast spieren aan die daar zogenaamd voor nodig zijn.
Tegelijkertijd scant zo’n systeem continu de omgeving op veiligheid.
Dat kost ontzettend veel energie.
Niet gek dus dat je je soms al vroeg op de dag moe of uitgeput voelt.
Zelfs na iets kleins als een wandeling.
Samen met Seppe gingen we tijdens het skeeleren nieuwsgierig onderzoeken:
– Welke spieren hebben we écht nodig om vooruit te bewegen?
– En welke spieren staan eigenlijk onnodig aangespannen?
Langzaam ontstond er meer zachtheid in onze schouders, handen en kaken.
En daardoor kwam er ook meer ontspanning.
Meer plezier.
Meer ruimte om echt van het moment samen te genieten.
Afgelopen maandag deelde ik hierover ook een oefening in mijn gratis WhatsAppgroep voor moeders.
Ben je daar nieuwsgierig naar?
Stuur me gerust een bericht, dan stuur ik de oefening naar je toe.




Opmerkingen